Chocolade

Een stukje geschiedenis

Het woord "chocolade" is naar men aanneemt afgeleid van het Maya woord "xocoatl".
Cacao van het Azteken woord "cacahuatl".
Het Mexicaans-Indiaanse woord "chocolate" is van een combinatie van de termen "choco" wat schuim betekent en "atl" wat staat voor water.

Het wordt gezegd dat Christoffel Columbus de cacaobonen, tijdens zijn vierde reis naar de Nieuwe Wereld, heeft mee terug genomen voor koning Ferdinand, maar dat men ze over het hoofd heeft gezien, in verband met de vele andere schatten die hij had meegebracht.

Het eerste chocoladehuis werd in Londen geopend in 1657 door een Fransman. De chocolade was duur en werd geacht een drank te zijn voor de elite, de adel.

Het eten van chocolade werd in 1674 geïntroduceerd in de vorm van broodjes en gebak, opgediend in de verkoopplaatsen van chocolade. De eerste eetbare chocolade zou in 1847 gemaakt zijn door de Britse quaker Joseph Fry.

De uitvinding van de cacaopers in 1828 door C.J.van Houten, een Hollandse chocoladefabrikant,
werkte sterk mee aan het reduceren van de prijs van de chocolade, waardoor het binnen het bereik van het volk kwam.
Hij verkocht zijn uitvinding aan de Zwitserse fabrikant Nestlé, die tot vandaag de grootste producent ter wereld is van chocolade.

De geboorte van pralines

Mijnheer de Choiseul , hertog van Plessis-Praslin ( 1598-1675) was ambassadeur van Lodewijk XIII en in de strijd tegen Bordelais vroeg hij Lassagne om een lekkernij uit te vinden die de oproerlingen zou kunnen afleiden. Toen hij de koksjongen een restje gesmolten suiker uit een pot zag schrapen en opeten,
kwam hij op het idee van de "Praline".

Maar het is Jean, de zoon van Frederic Neuhaus, die in 1895 na het overlijden van diens vader in zijn chocolade winkel als eerste de vulling omhult met chocolade.
We schrijven 1912 als de praline geboren is.
Tot op heden beschrijven we dit als handvorm pralines of gedompelde pralines, dat wil zeggen overtrokken met een laagje chocolade.